Van winkelier naar textielkunstenaar: Margaretha Verwey

Nu is er hier in de straat toch zoo’n goeie winkel: ze zyn goed voorzien en ’t is er goed en niet duur – Albert Verwey aan Margaretha Verwey,  14 juni 1890

In het netwerk van Verwey komen 29 correspondenten voor, die behoren tot het domein ‘Beeldende kunsten’. Het grootste deel van deze kunstenaars is man (22), het aantal vrouwelijke kunstenaars is een stuk lager (7). Gaan we nog wat dieper zoeken, in het subdomein toegepaste kunst, dan gaat het om drie mannen tegenover één vrouw. Verrassend genoeg is die vrouw Margaretha Verwey, de twee jaar jongere zus van Albert. Uit de karakteristieken blijkt dat zij textielkunstenaar, wever en tekenaar is, en daarnaast ook textielhandelaar, schrijver en docent.

Karakterschets, portret van Margaretha Verweij in de Hollandsche Revue, 23-10-1908
Margaretha Verwey (in: De Hollandsche Revue 13 (1908), tussen 591 en 592) (Koninklijke Bibliotheek)

Margaretha begon haar carrière niet als kunstenaar, maar als uitbaatster van een textielzaak. Die werd in september 1888 opgericht als noodzakelijke inkomstenbron voor het gezin Verwey na de dood van vader Verwey. De zaak, gevestigd aan de Nieuwe Spiegelstraat 64 in Amsterdam, werd gefinancierd uit de opbrengst van de verkoop van de meubelzaak van Verwey Sr. Handwerken was van jongs af aan een geliefde bezigheid van Margaretha. Dit blijkt al uit een brief van Albert uit 1883 aan zijn zuster vanuit Amerika, waarin hij zijn afschuw uitspreekt over de mode van de Mexicaanse meisjes en vrouwen. ‘Ik maak me sterk dat je een goed werk zou doen door daarin verbetering te brengen. […] – je zoudt hier vereerd worden als de weldoenster der Mexicaansche menschheid.’

In juni 1890 schrijft Albert aan zijn zus: ‘’twasIs prettig dat de zaak goed gaat. Tante Kaatje vertelde me dat iemand uit de buurt […] gezeid had: Nu is er hier in de straat toch zoo’tweregoeie winkel: ze zyn goed voorzien en ’twasis er goed en niet duur.’ Margreet heeft het druk met inkopen, bestellen en verkopen. Toch is ze niet met alle klanten even blij. ‘Verleden zaterdag was ik woedend, toen kwamen er drie malle verwaande meisjes van 18 à 20 jaar binnen, en vroegen om tafelloopers te zien.’ Margreet laat zien wat ze in huis heeft, maar de dames keuren alles af. ‘Zoodat ze eindigden met de zoo gebruikelyke term Nu juffrouw, we komen nog wel eens weerom, en my temidden van myn rommel lieten staan om alles weer netjes in te pakken.’

DvW#Winkel Greet
Buitenaanzicht van de winkel aan de Nieuwe Spiegelstraat na de uitbreiding in 1902 (in: De Hollandsche Revue  13 (1908), 591) (Koninklijke Bibliotheek)

De zaak loopt goed en in 1892 is de verwachting dat er binnen drie jaar genoeg zal worden verdiend om het gezin te onderhouden. Er moet echter in die jaren nog wat geld bij, een kleine duizend gulden per jaar. Dat kan geleend worden: ‘De Crediet. My. lykt me nog al billyk, maar alles hangt nu af van een borg,’ schrijft Albert aan zijn broer Christoffel. Deze krijgt de opdracht om aan oom Dirk Verwey te vragen om borg te staan, ‘de zaak is goed en Margreet d’r geld heeft niets te vreezen mits we buiten geknoei blyven.’ Zo gezegd, zo gedaan en de zaak kan blijven draaien. Onder de vaste klanten bevindt zich Kitty Verwey-van Vloten. Herhaaldelijk doet zij per brief bestellingen, zoals in een brief van juli 1895:

stopgaren in verschillende groften (van heel fijn heb ik nog in voorraad)
paar strengetjes of zoo fijne crême wol om kinderflanelletjes te stoppen.
een kluwtje ijzergaren
groote klos wit garen No 50
glacé band in 2 soorten smaller dan de laatste keer (dus 2 stukken)
groote haken (ik gebruik ze aan mijn ceintuur om mijn Zeeuwsche knoopen op te haken…)

Ondanks dat de winkel goed loopt is Margaretha Verwey niet  tevreden over wat ze verkoopt, voornamelijk uit Duitsland afkomstig fabrieksgoed. Bij haar broer Albert in Villa Nova komt  ze in aanraking met kunstenaars en intellectuelen met een heel andere, nieuwe kijk op kunst. In navolging van de Engelse Arts en Crafts beweging ontstaat in Nederland rond 1900 veel aandacht voor ambachtelijke toegepaste kunst. Een van de ijveraars voor deze kunstnijverheid is de architect Berlage, die in 1900 ’t Binnenhuis opricht, ‘Inrichting tot Meubileering en Versiering der Wooning.’ Margaretha komt in nauwer contact met Berlage door de verloving van haar broer Christoffel met een zus van mevrouw Berlage. Bij een feestmaaltijd komt  zij naast hem te zitten en hij is het die haar op een nieuw spoor zet. ‘’t was Berlage’, vertelt zij in een interview in De Hollandsche Revue (1908), ‘die mij telkens plaagde met de leelijke dingen, die ik in mijn winkel verkocht…’ Een expositie van kunstnijverheid, door vrouwen vervaardigd, bij kunsthandel Van Wisselingh opent haar definitief de ogen. Dit soort werk wil zij zelf ook maken. Berlage zorgt er vervolgens voor dat Margaretha een ontwerpcursus kan volgen bij de Theosofische Vereniging in Amsterdam. Daar leert  ze patronen tekenen voor borduurwerk.

De winkel in de Nieuwe Spiegelstraat wordt uitgebreid door aankoop van het naastliggende perceel. Achter de winkel komt een atelier, waar gebruiksvoorwerpen zoals kussens, boekomslagen en kamerschermen met borduurwerk worden versierd.

DvW#Vuurscherm Greet
Vuurscherm vervaardigd in het atelier van Margaretha Verwey ((in: De Hollandsche Revue 13 (1908), 595) (Koninklijke Bibliotheek)

De ontwerpen komen van Margaretha Verwey zelf en van anderen, zoals het echtpaar Dijsselhof, mevr. Derkinderen-Besier en Chris Lebeau, die ook werkt voor ’t Binnenhuis. In september 1902 wordt de winkel onder de naam ‘Margaretha Verwey, Hollandsch Kunstnaaldwerk’ geopend. Alice Mouzin, een vriendin van Margaretha en directrice van de Industrieschool in Amsterdam, plaatste een waarderend stukje in een veel gelezen dagblad om de aandacht op het moderne werk te vestigen. De nieuwe winkel wordt een groot succes. In 1908 werken er al tweeëntwintig meisjes op het atelier. Later worden in Den Haag en Utrecht filialen geopend. Naast het borduren wordt ook het weven ter hand genomen, een oude volkskunst waarvoor in deze periode een hernieuwde belangstelling ontstaat.  Margaretha schrijft  verschillende boekjes over weven en borduren.

DvW#Atelier Greet
De borduurafdeling van het atelier voor kunsthandwerk (in: De Hollandsche Revue 13 (1908), 593) (Koninklijke Bibliotheek)

Rond haar vijftigste raakt Margaretha in de ban van de Blaricumse schilder en ‘goeroe’ Karel Schmidt. Ze trekt in bij hem en zijn gezin en laat een groot atelier voor hem bouwen. De plannen voor een coöperatieve broederschap van kunstenaars en ambachtslieden, de Smeden, stranden als Schmidt in 1920 plotseling overlijdt. Intussen heeft Margaretha wel een weefschool opgericht, Smeda, waar ze les geeft aan dames uit het Gooi. In 1924 probeert ze te komen tot een landelijk samenwerkingsverband van vrouwen die zich bezighouden met kunstnijverheid. Al in 1908 sprak ze zich in De Hollandsche Revue uit voor een dergelijke organisatie. Haar initiatief komt echter niet van de grond. In de jaren dertig keert het tij voor de handel in kunstnijverheidsprodukten. De winkels worden gesloten.  In 1947 overlijdt Margaretha, 80 jaar oud.

Dita van Wieren (medewerker Brieven en correspondenten rond 1900)

 Literatuur
Anoniem, ‘Karakterschets: Margaretha Verwey.’ In:  De Hollandsche Revue 13 (1908), 590-604
M. Verwey, De Smidse. Levensschets van Margaretha Verwey (1947)
M.H. Groot, Vrouwen in de vormgeving 1880-1940 (2007)

Posted on Format Aside