‘Twee open deuren op een open verandah’

 Weet jullie al van ons huis? Nu, ons huis is een villa, met vyf kamers onder en 4 kamers op den zolder, met stal en koetshuis voor twee paarden, en voor tuin een duintop, staande in het duin, aan den weg tusschen de twee Noordwyken […] Myn studeerkamer heeft vier ramen en een, openslaande op een balkon, vanwaar ik de zee zie, over Noordwyk-buiten heen. Noordwyk-binnen leit omlaag, gezien uit myn andere venster  – Albert Verwey aan Willem Frederik van Hell, 5 december 1889

Zo omschrijft Albert Verwey in een brief aan zijn vriend Willem van Hell het huis waarin hij samen met zijn toekomstige echtgenote Kitty van Vloten zal gaan wonen. In maart 1890 trouwen Albert en Kitty en na hun huwelijksreis naar Italië betrekken ze Villa Nova in de duinen tussen Noordwijk Binnen en Noordwijk aan Zee. Voor Albert Verwey was de verhuizing naar Villa Nova niet alleen het begin van zijn leven als gehuwd man, maar ook een breuk met het hectische Amsterdamse leven. Na zijn aftreden als redacteur van De Nieuwe Gids en zijn breuk met Willem Kloos verlangt Verwey naar rust en die vindt hij volop in de Noordwijkse duinen. Villa Nova werd omstreeks 1885 gebouwd in opdracht van de Leidse professor W.M. d’Ablaing. Na zijn overlijden in 1889 wordt het huis gekocht door Kitty’s moeder, Elisabeth van Vloten, die het huis vervolgens verhuurt aan het pasgetrouwde paar.

‘We genieten van ons huis en ’twasmooie uitzicht’, schrijft Albert in zijn eerste brief vanuit het nieuwe huis aan zijn stiefmoeder, ‘uit alle ramen zien we bloeiende hyacinthen.’

nova
Villa Nova, met de latere aanbouw, de stal en de hyacintenvelden (Ontleend aan ‘Het Noordwijkblog’)

Dat uitzicht is te bewonderen vanaf de veranda voor het huis. Op de veranda staat een zelfgemaakte tafel, beplakt met zeildoek en met poten van bamboe. Er wordt meer zelf gemaakt door Albert en Kitty, zoals een kippenhok in de stal. En ook aan de tuin wordt aandacht besteed, die eerste zomer bloeien er papavers en zelf gezaaide korenbloemen. Twee jaar later schrijft Verwey in een brief dat hij radijsjes heeft gezaaid. Het leven op Villa Nova is niet altijd even comfortabel. Als het stormt ‘dan zit de meid in de keuken te dansen op haar stoel.’ En in de strenge winter van 1890 is het huis onmogelijk warm te stoken, maar kennelijk hebben Albert en Kitty daar niet van te lijden.

Nu ’twaskoud is hier op de hoogte in ons glazen huis, is ’twasop zyn genoegelykst. Van de week toen het woei maakte de kachel ’twasniet warmer dan 42° [ca. 6° C] en wy kropen er dicht by en timmerden bamboe en lazen elkaar voor uit Saartje Burgerhart. […]’tain’tAvonds hebben we ’twasiets warmer – 58°-60° [ca. 15° C]. Dan genieten we – Thee, drie kopjes – soms een anysje – de deugd kon dan by ons op visite zyn.

Albert en Kitty vinden rust in de Noordwijkse duinen, maar ze ontvangen er ook geregeld bezoek. In de brieven is daarvan het een en ander terug te vinden. Kitty’s moeder komt vanuit Haarlem vaak voor een paar dagen langs. Het bevalt haar zo goed in Noordwijk dat zij in 1896 door H.P. Berlage een villa laat bouwen voor zichzelf op hetzelfde duin, Villa Liesbet. Ook de familie van Albert uit Amsterdam wordt uitgenodigd. Aan die bezoeken gaat veel heen en weer geschrijf vooraf over reisroute en aankomsttijden. Om op Villa Nova te komen zijn er namelijk twee mogelijkheden. Met de trein vanuit Haarlem of Leiden en dan uitstappen op Piet Gijs, de afgekorte naam van station Piet Gijzenbrug, bij Noordwijkerhout. Van daar is het een uur wandelen naar Villa Nova. Soms wordt een boerenwagentje gestuurd om gasten af te halen. De andere manier is in Leiden de tram nemen die vlak voor Villa Nova langs rijdt naar het eindpunt in Noordwijk aan Zee. Jammer genoeg rijdt deze tram slechts een paar keer per dag. De aansluiting tussen trein en tram laat vaak te wensen over. Zo arriveert de trein van 5.50 uit Amsterdam om 6.36 in Leiden, maar gaat de tram pas om 7.30. Wie het openbaar vervoer wil vermijden, kan op de fiets komen, zoals het echtpaar Gorter doet. Ze houden daarbij wel rekening met de windrichting en komen bij voorkeur als de wind Noord of Noordoost is. Bij diezelfde windrichting kun je ook komen zeilen. Bauer en Zilcken zijn dat in 1892 van plan, vanuit Scheveningen, met een garnalenschuitje.

Het hele jaar door, maar vooral in de zomermaanden, zijn er gasten die een paar dagen of een week blijven logeren. Zo wordt de pasgetrouwde Nicolaas Bastert uitgenodigd langs te komen, als hij in de buurt is: ‘Myn huis heeft twee open deuren op een open verandah. Ook heb ik een vrouw, die de jouwe ontvangen kan…’.  Geregelde gasten zijn de Gorters, Henriëtte van der Schalk, Karel Alberdingk Thijm en Frederik van Eeden,  met of zonder hun gezinnen. Soms treffen bezoekers van zeer verschillende pluimage elkaar. Alberts broer Christoffel wordt verwacht op een zaterdag in juli 1890. Maar, schrijft Albert, ‘het kan zyn dat er hier dan een Fin logeert, een juffrouw, die maar finsch en fransch praat, maar zeker is ’twasniet – en jullie zult mekaar ook niet op eten.’ De Fin is Nanny Lagerborg, een kennis van Kitty uit Helsinki, die een maand lang komt om te baden en van het gezelschap te genieten.

Met of zonder gasten, altijd worden er lange wandelingen gemaakt.  De kinderen Verwey gaan daarbij soms mee.

DvW#Gezin Verwey
Het gezin Verwey, met zes van de uiteindelijk zeven kinderen, waarschijnlijk staande voor Villa Nova, met de rug naar de bollenvelden (Prentenkabinet UB Leiden)

‘Zoo eergister, met Peuk in een laag karretje dat je trekken moet, onder ’twasduin langs en rechtsaf Noordwykerhout voorby tot je uitkomt by den molen en zoo naar huis. ’twasKind zag zwart van de stof, een reis van 3 uur. Ze is zoo ook al eens meegeweest langs het strand naar Katwyk.’ In Katwijk woont de schilder Toorop, die ook vaak te gast was op Villa Nova. In een brief uit de zomer van 1893 schrijft Verwey dat hij met een andere schilder die regelmatig op bezoek komt, Eduard Karsen, een grote wandeling naar Haarlem wil maken, door de duinen. Alphons Diepenbrock herinnert zich de botanische wandelingen, waarbij zijn kennis van bomen het moet afleggen tegen die van Kitty. Soms wordt er ook gewoon in het duin gezeten, zoals Verwey en Gorter doen in april 1893: ‘Wy hebben vanmiddag in de zon op duin gelegen, naar de zee gekeken tusschen onze wimpers door.’

Zo is het een komen en gaan in Villa Nova. Als er meer kinderen komen wordt het huis wat aan de krappe kant en wordt er aan de zijkant een stuk aangebouwd. Karel Alberdingk Thijm, die een zwakke gezondheid heeft, wordt in maart 1900 in dit nieuwe gedeelte ondergebracht. Hij vindt de kamer echter te vochtig en vraagt schriftelijk of hij naar een kamer op zolder kan verhuizen.

DvW#Briefje Thijm
Brief van Karel Alberdingk Thijm  aan Albert Verwey, 15 maart 1900 (Bijzondere Collecties UvA, Amsterdam)

 Villa Nova ligt afgelegen en het leven is er niet altijd even comfortabel. De mooie omgeving en het buitenleven maken dat echter meer dan goed, zoals blijkt uit een brief die Albert Verwey in 1894 aan zijn broer Christoffel schrijft:  ‘Van het buitenleven zal ik niet licht meer kunnen afstand doen: wie voor het ontbyt in de duinen wandelt is een ander mensch als wie na ’twasontbyt langs een stadsgracht loopt.’ De Verweys blijven de rest van hun leven in Villa Nova wonen. In 1976 wordt het huis, waar zoveel beroemde gasten logeerden, helaas afgebroken om plaats te maken voor een ‘moderne’ bungalow.

 

Dita van Wieren (medewerker Brieven en Correspondenten rond 1900)

 

Posted on