‘The only venerable God: the English language’

In antwoord op Uwe advertentie in ‘Het Nieuws v/d Dag’ van 5 Dec’ j.l. heb ik de eer mij aantebevelen voor de daarin genoemde betrekking. […] Ik ben bekend met de moderne Talen, waarvan inzonderheid de Engelsche mij aantrekt en heb ook het Boekhouden beoefend. – Albert Verwey aan Willem Frederik Ziegelaar, 5 december 1882

Met deze (naar huidige standaarden uiterst beperkte) sollicitatiebrief verwierf Albert Verwey in december 1882 een positie als klerk bij de investeringsfirma Ziegelaar en Van den Bergh.

PH#Advertentie
Vacature voor ‘een jongmensch, bekend met de Engelsche taal’ in Het Nieuws van den Dag, 5 december 1882 (Koninklijke Bibliotheek)
Verwey had juist enkele maanden daarvoor de vijfjarige Hogere Burgerschool afgerond. De HBS was twee decennia eerder ingevoerd als nieuwe vorm van voortgezet onderwijs voor de burgerij en moest een zakelijk alternatief bieden voor het op geestelijke ontplooiing gerichte gymnasium. De behoefte daartoe was ontstaan doordat de economische groei in de tweede helft van de negentiende eeuw de vraag naar praktisch opgeleide mensen vergrootte. De HBS zou, in tegenstelling tot het geestelijke en klassieke onderwijs van het gymnasium, hier een oplossing voor bieden. Met praktische en nuttige vakken als de natuurwetenschappen, handelskennis en boekhouden zouden leerlingen worden voorbereid op een loopbaan aan bijvoorbeeld de Polytechnische School in Delft of bij een bedrijf of handelskantoor. Een ander belangrijk verschil met het gymnasium was het taalonderwijs: niet de klassieke, maar moderne vreemde talen waren immers belangrijk voor het onderhouden van een internationaal handelsnetwerk.

Hoewel Verwey in onze geschiedenis hoofdzakelijk als letterkundige en dichter bekend is gebleven, werd ook hij aan de HBS opgeleid voor een loopbaan in de zakelijke wereld. Zijn kennis van en belangstelling voor de Engelse taal zijn daardoor goed te verklaren, maar blijven niettemin opvallend. Verwey was namelijk meerdere vreemde talen machtig, maar zoals hij in zijn sollicitatiebrief al aangaf ging zijn voorkeur uit naar het Engels. Deze interesse zou ook in latere jaren herhaaldelijk terugkeren en hem vaak van pas komen; bovendien zocht hij verschillende manieren om zijn kennis ervan te onderhouden en te vergroten. Dat is opmerkelijk voor een tijd waarin cultureel het Frans en wetenschappelijk het Duits de belangrijkste talen waren, terwijl het nog zeker een aantal decennia zou duren voor het Engels de lingua franca zou zijn. Verwey zag echter het belang van het Engels in en kwam daarom in contact met Alexander William Anderson. Anderson was de Engelse vice-consul in Amsterdam en hielp Verwey als aanvulling op zijn HBS-onderwijs met zijn Engels. In januari 1883 (Verwey was op dat moment net werkzaam bij Ziegelaar en Van den Bergh) ontving hij van Verwey een dankbrief, waaruit een bijzondere kijk op de Engelse taal blijkt:

For well I know what a horrible thing it must be to swallow so many blunders and ungodly mistakes as the earthly angel of my Dutch pen throws in continually, whenever I dare use it in the service of strange idols, viz: the English language and others. […] But with your help to conquer that false, foul spirit, that the only venerable God (the English language) may be praised without grammatical blunders and other things, that don’twassuit him and infect his holiness. […] Therefore I thank you once more for the kindness you show me in saving my soul from unbelief and wickedness […]

Wellicht schreef Verwey dit als een beleefde, vooral vermakelijke dankbetuiging, maar duidelijk is dat hij zeer gemotiveerd was om als ‘disciple’ te worden ingewijd in de kerk van die ‘enige eerbiedwaardige god’: de Engelse taal. Deze ‘catechisatie’ kwam enkele maanden later uiterst goed van pas, want in de zomer van 1883 vertrok Verwey als secretaris van Ziegelaar en Van den Bergh op zakenreis naar New Mexico. Hij was toen nog maar net achttien jaar. Het was dan ook aan zijn kennis van de Engelse taal te danken dat hij onderdeel uitmaakte van het reisgezelschap. Daarmee is Verwey een goed voorbeeld van de succesvolle toepasbaarheid van het HBS-onderwijs op de uitdijende economische wereldorde; in dit geval letterlijk aan de frontier. Hoewel Verwey zich bij aankomst in New York in een onbekend land bevond (‘grachten heeft men er volstrekt niet’), wist hij zich goed te redden. Dat is voor een groot deel te danken aan zijn kennis van het Engels. In zijn brieven naar huis schreef hij over kleine eigenaardigheden in het dagelijks leven in de Verenigde Staten, waarbij hij zo nu en dan een lesje Engels gaf: ‘Het is hier een spinneweb van trams en omnibussen: toen ik voor ’twaseerst een exemplaar van ’twaslaatste soort binnenkwam las ik tot […] myn groote vroolijkheid: Beware of pick-pockets! dat zoo veel zeggen wil als: Pas op je zakken!’

Aan het einde van september 1883 keerde Verwey terug naar Europa. Eenmaal thuis in Amsterdam bleek hij snel zijn weg weer te hebben gevonden in de Engelssprekende gemeenschap van native speakers en anglofielen. Op 24 november ontving hij van ene Arie Verbeek een brief met ingesloten een klein boekje, met daarin de regels van The Anglo-Dutch Literary and Debating Society.


Omslag van de Rules of the Anglo-Dutch Literary and Debating Society (Bijzondere Collecties UvA)
Deze debating society was eerder dat jaar opgericht en had als doel ‘the moral and intellectual improvement of its members’. Bijeenkomsten vonden iedere woensdagavond plaats en bestonden uit het maken van essays, het lezen en uitleggen van literair werk en debatteren, waarbij vanzelfsprekend uitsluitend in het Engels gesproken mocht worden. Op 16 december schreef Verbeek (die secretaris van de debating society was) dat hij Verwey had geïntroduceerd, waarna deze geaccepteerd was als lid. Door zijn lidmaatschap verenigde de beginnende dichter zijn praktische talenkennis van de HBS met zijn poëtische ambitie om in debat te treden over literaire en andere onderwerpen. Bovendien toont het dat zijn studie van het Engels niet slechts zakelijke functionaliteit diende, maar ook zijn persoonlijke ontwikkeling. Zijn lidmaatschap was echter een korte levensduur beschoren. In mei 1884 onderbrak Verwey tijdens een bijeenkomst op ‘ungentlemanly way’ de spreker en verliet abrupt de club. Een dag later informeerde Verbeek hem als secretaris dat unaniem was besloten dat Verwey een ‘full and public apology’ moest maken. Verwey weigerde en beëindigde zijn lidmaatschap al na enkele maanden.

Behalve de debating society en zijn contact met Anderson vond Verwey een andere (meer duurzame) wijze om zijn Engels te onderhouden: brieven. In de maanden waarin hij actief bezig was binnen de debating society startte hij een correspondentie met zijn schoolvriend Jan Carl Grasé. Grasé was een Nederlandse expat, die in Engeland woonde en later leraar Engels zou worden. Hun correspondentie werd jarenlang voortgezet en was hoofdzakelijk in het Engels geschreven. De brieven waren van vriendschappelijke aard. Zo varieerden onderwerpen van Verweys ervaring met de debating society, Grasés ervaringen met de Engelse dis en de Anglicaanse kerk tot meer algemene zaken als politiek en de Engelse en Nederlandse literatuur. De brieven waren voor beiden een goede manier om de Engelse taal te oefenen. Zo wees Grasé in een brief van 30 maart 1885 op een ‘model van alliteratie’, dat nu nog steeds bekend staat als tongue twister:

To sit in solemn silence in a
                deep dark dock
In a pestilential prison with
                 a lifelong lock
Awaiting the sensation of a short
                      sharp shock
Of a cheap & chippy chopper on
              a big black block.

In juni 1885 schreef Verwey in een brief aan Grasé dat hij aan zijn eerste ‘examination’ voor het staatsexamen gymnasium zou beginnen. Hoewel hij uiteindelijk zou zakken voor dit examen, bleek het toch een omslagpunt in Verweys loopbaan. In dezelfde maand besloot hij namelijk zijn arbeidsovereenkomst bij Ziegelaar en Van den Bergh op te zeggen om zich als dichter en literator uitsluitend bezig te houden met literaire kwesties. Dit zou zijn neerslag vinden in het nieuwe tijdschrift waarvoor Verwey met anderen in die tijd voorbereidingen trof: De Nieuwe Gids. Hoewel Verwey hierbij een van de belangrijkste persoonlijkheden was die het literaire programma zouden bepalen, bleek hij ook binnen de redactie van De Nieuwe Gids een ware hbs’er te zijn. Zo was hij het die contacten onderhield met verschillende buitenlandse literatoren en redacties en (Engelstalige) aanbevelingsbrieven schreef. Daarbij mag het ook veelzeggend worden genoemd dat Verwey in zijn eerste bijdrage het werk van de grootste dichter in de Engelse geschiedenis besprak: de sonnetten van William Shakespeare.

Pieter Huijgens (medewerker Brieven en Correspondenten rond 1900)

 

Literatuur
Meer informatie over het ontstaan van de HBS is te vinden in: H.T.A. Amsing, Bakens verzetten in het voortgezet onderwijs (2002) en E. Los, De canon van het onderwijs (2012).

Posted on