Bestemming bijna bereikt!

Eind 2016 verschijnt mijn online editie Brieven en Correspondenten rond 1900. Het is een uitgave met een lange ontstaansgeschiedenis. De voorbereidingen begonnen in 2008 met een pilot van enkele brieven en mijn oratie aan de Vrije Universiteit, waarin ik de mogelijkheden van digitale bronnenuitgaven verkende.

In 2009 ging het project daadwerkelijk van start. Ik wilde de opzet en inrichting van de editie ontwikkelen door van meet af aan te denken vanuit de eigenschappen van het digitale medium. Wat zou de nieuwe technologie kunnen toevoegen aan de traditionele manieren om edities te produceren, te publiceren èn te benutten? Zo begon een boeiende ontdekkingsreis. Aanvankelijk waren het, om in de beeldspraak te blijven, vooral korte tripjes, omdat ik door management- en onderwijstaken maar een beperkt deel van mijn tijd aan onderzoek kon besteden. Maar de laatste paar jaar werden het lange dagmarsen.

Ook wat betreft de inhoud van de editie viel er veel te ontdekken. Richtinggevend hierbij was de historische context. In de decennia rond 1900 beleefde de westerse wereld een periode van vernieuwing. Die was zo ingrijpend dat historici achteraf spraken van een breukvlak in de geschiedenis. Wetenschappelijke innovaties, artistieke stromingen, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen volgden elkaar razendsnel op, ook in Nederland. Bij de totstandkoming, verdere ontwikkeling en verspreiding van de nieuwe ideeën en idealen speelden grensoverschrijdende, interdisciplinaire netwerken een cruciale rol. Dat konden correspondentienetwerken zijn, maar het briefverkeer was slechts één mogelijkheid om contacten te onderhouden en ideeën uit te wisselen. Zou een brieveneditie ook ruimte kunnen bieden aan andersoortige netwerken? En hoe dan?

Door de combinatie van inhoudelijke en technologische uitgangspunten kwam ik uit op een online editietype met twee componenten: Brieven en Correspondenten. Brieven verwijst naar de correspondentienetwerken van twee sleutelfiguren: de letterkundige Albert Verwey (1865-1937) en de beeldend kunstenaar Willem Witsen (1860-1923). In totaal gaat het om ruim 5.500 brieven. Per brief presenteert de editie kleurenscans van het origineel, een transcriptie en een vaste set metadata, zodat beide netwerken als één geheel doorzocht kunnen worden.

Introductie#AV in studeerkamer
Albert Verwey in zijn studeerkamer, Noordwijk  aan Zee (Bijzondere Collecties UvA, Amsterdam)Introductie#WW in atelier
Willem Witsen in zijn atelier, Ede (Prentenkabinet UB Leiden)
De tweede component heeft betrekking op de Correspondenten. Kennis van hun achtergronden kan, als aanvulling op hun briefverkeer, het inzicht in de aard en reikwijdte van hun netwerken verbreden en verdiepen. Daartoe is een database ingericht met biografische profielen van alle briefschrijvers. Deze vermeldt, naast de gebruikelijke gegevens, (1) binnen welke culturele, maatschappelijke en/of intellectuele domeinen zij opgeleid dan wel werkzaam waren, (2) in welke periodieken zij publiceerden en (3) hun lidmaatschappen.

De editie is bestemd voor onderzoekers uit verschillende geesteswetenschappelijke disciplines. De presentatie en zoekmogelijkheden sluiten hierbij aan. Brieven en biografische profielen zijn toegankelijk via één scherm en verwijzen over en weer naar elkaar. Met de zogeheten faceted search  kunnen gebruikers vanuit hun specifieke interesse gericht informatie oproepen. Twee voorbeelden. Het eerste heeft betrekking op de Brieven. Wie onderzoek wil doen naar een bepaalde periode kan met de schuifbalk de desbetreffende  brieven selecteren (voorbeeld 1). Het tweede voorbeeld heeft betrekking op de domeinen waarin de Correspondenten actief waren. Bijgaande visualisatie (gebaseerd op kwantitatieve gegevens in de editie, met 17 domeinen op de x-as en de aantallen correspondenten op de y-as) toont de diversiteit  en de relatieve omvang van hun belangstellingssferen (voorbeeld 2).

Introductie#Voorbeeld schuifbalk
Voorbeeld 1: Selectie brieven volgens aangegeven periode in de schuifbalk (testversie)
column-chartdomeinenVerweyenWitsen
Voorbeeld 2: De domeinen waarin de correspondenten actief waren

Tijdens mijn ontdekkingsreis had ik steeds inspirerende en hulpvaardige reisgenoten. Velen van hen waren studenten, stagiairs en geschoolde vrijwilligers. Binnen een online werkomgeving met scans van de originelen maakten zij voorlopige transcripties van de briefteksten. Onmisbaar was de samenwerking met collectie-beherende instellingen (Bijzondere Collecties UvA, Koninklijke Bibliotheek, Letterkundig Museum en het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie), die om niet vele duizenden kleurenscans leverden, en met de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren. De Coornhert Stichting gaf met een subsidie blijk van haar vertrouwen in een goede afloop. Aan die goede afloop hebben collega’s van binnen en buiten het Huygens ING steeds weer bijgedragen in inhoudelijke discussies en met de door de IT-afdeling ontwikkelde werk- en publicatieomgeving.

Mijn reis nadert haar einde. De bestemming – Brieven en Correspondenten rond 1900 – zie ik, met dank aan Verwey, ‘als  een mijn waarin ieder naar behoefte speuren kan’. Het is een mijn vol kostbare schatten. In de aanloop naar de publicatie zullen mijn reisgenoten en ik in dit blog alvast enkele van die schatten aan het licht brengen onder de titel Opgravingen.

Annemarie Kets

Posted on