Alberts onbekende broer: Christoffel Verwey

Ik ben heel bly met je belangryke zending van gisteren. – Albert Verwey aan Christoffel Verwey, 13 september 1891

Veel correspondenten van Albert Verwey en Willem Witsen speelden, net als zijzelf, een belangrijke rol in de dynamische decennia rond 1900. Zij zijn sindsdien opgenomen in handboeken en encyclopedieën. Anderen zijn nooit bekend geworden of inmiddels op de achtergrond geraakt. Van alle briefschrijvers, beroemd of niet, biedt Brieven en Correspondenten rond 1900 een biografisch profiel met de focus op hun professionele en maatschappelijke activiteiten: de domeinen waarin zij werkzaam waren, de periodieken waarin zij publiceerden en de verenigingen waarvan zij lid waren. En dat kan verrassende inzichten opleveren, die uitnodigen tot nader onderzoek.

Over Christoffel Verwey is niet veel meer bekend dan dat hij de jongere broer van Albert was. In de driedelige Verwey-biografie  van Maurits Uyldert komt hij nauwelijks voor en  het Biografisch Portaal van Nederland  telt vele Verweys, maar geen Christoffel.  Lezing van de briefwisseling tussen beide broers suggereert een groot leeftijdsverschil: Albert spreekt hem aan als ‘Kikkie’, ‘Chrissie’ en ‘Broertje’.  Kennelijk had ‘broertje’ een zwakke gezondheid. Alberts brieven staan vol waarschuwingen in de trant van ‘Pas je heel erg op je gezondheid, heél erg?’ En als Chris een keer afreist naar Noordwijk aan Zee, drukt Albert hem op het hart dat hij een ‘wagon niet-rooken neemt – en de menschen [verhindert] twee raampjes over elkaar open te zetten’.

Nadere bestudering van de brieven maakte dat ik meer wilde weten over Chris. Hij werd geboren in 1866 en was dus maar één jaar jonger dan Albert. Weliswaar zijn niet veel van zijn brieven aan Albert overgeleverd, maar uit diens brieven (die Chris wel nauwgezet bewaarde) blijkt dat Chris de actualiteit goed bijhield.  Geregeld stuurde hij, na ze zelf gelezen te hebben, kranten en tijdschriften naar Noordwijk aan Zee, vaak ook boeken die hem belang inboezemden, benieuwd naar het oordeel van zijn broer.

Chris had inderdaad een zwakke gezondheid, hij leed aan longtuberculose, een destijds veel voorkomende en vaak dodelijke ziekte, waaraan ook zijn vader en moeder overleden waren. Maar hij zat niet bij de pakken neer. Integendeel, hij was goed op de hoogte van nieuwe, spraakmakende en mogelijk kansrijke behandelmethoden. Eén daarvan was de homeopathie, weliswaar al langer bestaand, maar rond 1890 wel onderwerp van felle discussies. Chris stuurde zijn broer de brochure Is de homoeopathie kwakzalverij? (1887), geschreven door de voorzitter van de Vereeniging tot Bevordering van de Homoeopathie , N.A.J. Voorhoeve, en ook het populaire, uit het Duits vertaalde handboek De kleine homoeopathische huisdokter. Albert had de Huisdokter naar eigen zeggen ‘grootendeels gelezen – niet de recepten natuurlyk ‘ en zag er ‘veel waars’ in. En op gezag van Voorhoeve achtte hij deze ‘geneeswys’ heel goed, ‘zoolang men werkt met geneesmiddelen waarvan bekend is dat ze èn ziekmakend èn genezend werken’.


Titelblad van de brochure Is de homoeopathie kwakzalverij? van N.A.J. Voorhoeve (Koninklijke Bibliotheek)

Zo’n geneesmiddel, dacht men, was de in 1890 door Robert Koch ontwikkelde tuberculine. Hierin had hij een extract uit de tuberculosebacterie (de door hem, acht jaar eerder, ontdekte ziekteverwekker) verwerkt. Chris moet al snel geweten hebben van de eerste, voor hem veelbelovende, resultaten. Vóór half februari 1891 had hij zijn broer al een paar boekjes van een zekere Dr. Van Dieren gestuurd, groot voorstander van dit middel. Albert had er echter minder vertrouwen in.  Na een apotheker geraadpleegd te hebben waarschuwde hij zijn broer dat het middel ‘schrikkelyk gevaarlyk’ was. Dat bleek het ook te zijn: enkele maanden later al werd duidelijk dat veel proefpersonen de kuur niet hadden overleefd.

Religie was voor Chris een ander belangrijk thema. Eind december 1891 zond hij zijn broer een boekje dat hij ‘met heel veel plezier’ gelezen had: Een woord van protestantsch verweer (1891) van de vermaarde predikant J.H. Gunning JHz, geschreven naar aanleiding van een heftige polemiek met verdedigers van het Rooms-Katholicisme. Ook Albert had het ‘met veel pleizier’ (zij het ‘gedeeltelyk’) gelezen en vond er ‘veel waars’ in.1 Maar, vervolgde hij, ‘men moest nu niet meer met de Roomschen over hun relieken kibbelen’. Eerder al hadden zij gecorrespondeerd over De Chasidim: Eene bladzijde uit de geschiedenis van het hedendaagsche Jodendom (1891), eveneens van de hand van Gunning. In deze brochure over het Chassidisme (een ultraorthodoxe stroming, eind 19de eeuw vooral aangehangen door Oost-Europese Joden) ging Gunning uitgebreid in op meer dan 25 eeuwen Jodenvervolging, om te eindigen bij de pogroms, waar Russische Joden na de moord op Tsaar Alexander II in 1881 zwaar onder te lijden hadden. Chris moet zeer begaan zijn geweest met hun lot. Vanaf de allereerste aflevering (juli 1891) was hij namelijk een trouw lezer van Darkest Russia: A Journal of Persecution. Dit orgaan van The Russo-Jewish Committee (Londen) informeerde een internationaal publiek over de gebeurtenissen in het tsaristische Rusland aan de hand van actuele berichten, verslagen van ooggetuigen en opiniestukken.


Eerste aflevering van Darkest Russia: A Journal of Persecution (Koninklijke Bibliotheek)

Christoffel en Albert kwamen uit een Nederlands-Hervormd nest. Hun vader was een aanhanger van het Réveil, een beweging binnen het Protestantisme die onder meer gekenmerkt werd door de maatschappelijke betrokkenheid bij kwetsbare individuen en groepen. Deze combinatie van geloof en sociale bewogenheid wordt, wat Chris betreft, duidelijk zichtbaar in diens (voor zover mij bekend) eerste publicatie. Hierin gaf hij, vanuit zijn werk bij een grote verzekeringsmaatschappij, bovendien blijk van zijn economische kennis en opvattingen. Het was een lijvig artikel, getiteld ‘Van het lijden dat “de sociale nood” heet’ (Ons Tijdschrift: Christelijk Letterkundig Maandblad 1909, p. 573-594). Motto en opdracht zetten meteen de toon. Het motto was afkomstig van Henry George, een autodidact die zich had ontwikkeld tot een invloedrijk politiek econoom. In zijn bestseller Progress and Poverty (1879, in 1882 vertaald als Vooruitgang en armoede) schreef hij, net als Piketty ruim 130 jaar later, over de groeiende kloof tussen arm en rijk. Oorzaak hiervan, aldus George, was het particuliere grondeigendom. De remedie zocht hij in nationalisatie van de grond. De opdracht was gewijd aan Jan Stoffel, naar eigen zeggen een devoot discipel van George en  groot voorvechter van landnationalisatie in Nederland.

Chris Verwey#Motto en opdracht
Motto en opdracht van ‘Van het lijden dat “de sociale nood” heet’ door Christoffel Verwey (Koninklijke Bibliotheek)

Anders dan zijn broer Albert heeft Christoffel de handboeken niet gehaald. Wel heeft hij, in bibliotheken en archieven, talrijke sporen nagelaten. Na zijn stuk in Ons Tijdschrift publiceerde hij nog een groot aantal artikelen en brochures, vooral over sociaal-economische (landnationalisatie en binnenlandse kolonisatie) en politieke (liberaal socialisme) kwesties (klik hier voor een overzicht).  Op hoge leeftijd, in 1935, richtte hij nog de Liberaal-Socialistische Beweging op, die pleitte voor de afschaffing van het grootgrondbezit, en was hij, tussen 1936 en 1940, hoofdredacteur van het maandelijks orgaan van de LSB,  De Uitweg uit den Socialen Nood. Ook in artistieke kringen was hij – als broer van Albert, zwager van de architect Berlage en vader van de schilder Kees Verwey – geen onbekende. En, last but not least, hij heeft een omvangrijke, nog grotendeels onuitgegeven correspondentie nagelaten, berustend in de Bibliotheek Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, het Internationaal Instituut  voor Sociale Geschiedenis en het Letterkundig Museum.  Genoeg materiaal dus voor verder onderzoek naar de man die als ‘broer van Albert’ nagenoeg onzichtbaar is, maar die het verdient uit diens schaduw te komen.

Annemarie Kets

1 Opvallend is dat Albert hier exact dezelfde formulering gebruikte als eerder bij De kleine homoeopathische huisdokter. Was hij misschien toch niet zo geïnteresseerd in de lectuur van ‘broertje’?

Posted on